Sinds een aantal jaren verzamel ik manuscripten (akten en charters) van voor 1800, in de onderstaande lijst een eerste overzicht van de (ca. 100) stukken die ik in mijn bezit heb, beschrijving van de rest volgt:
| Nr. | Datum | Omschrijving | Zegels & notities | |
| 1 | ca. 1405 | Brief van Henric vander Leck, heer van Heeswijk, aan burgemeesters van Antwerpen over een mislukt verdrag tussen de genadige vrouw en de heer van Beyeren. | Afkomstig uit een veiling bij Van Stockum 1927; Orig. papier, 1 blad, geschonden. | |
| 2 | 1429 | Huwelijkse voorwaarden Frederic van Erde en Rixen Bernds zuster van Vurden. Huwelijksvrienden voor Frederic: Willem under Swanenborch, Johan van Zuelen, Johan van Erde en Gherit van Elze. Voor Rixen: Ludolph van Vurden, Jacob van Hekern, Herman van Twiclo en Dijrck van Slo. O.a. goederen te Borculo. | Charter op perkament met 9 zegels, waarvan 7 afgevallen/restant en 2 licht beschadigd | |
| 3 | 15.11.1439 | Riquin Voss van Avezaath en zijn vrouw Marie Schot verkopen 2½ morgen land in het kerspel Avezaath, gelegen naast Gerit Hollen erfgenamen en Gerit van Malderick, aan Arnt van Avezaath. Borgen voor Riquin zijn de gebroeders Johan en Arnt Voss van Avezaath. | Charter op perkament 12 x 32 cm.3 aanhangende zegels. Johan Vosch van Avesaet, een halve leeuw met 2 vossen als schildhouders, het randschrift beschadigd: S JAN VO; het zegel van Arnt Voss van Avezaath en halve leeuw, randschrift licht beschadigd maar moeilijk leesbaar; van het zegel van Riquin is nog slechts een restant beschikbaar. | |
| 4 | 3.7.1445 | Willem van der Moelen en zijn vrouw Ulandt verkopen 4 morgen land te Avezaath aan Juffrouw Margriet van Weelderen, weduwe van Johan Heynkens. Het land is gelegen aan land van heer Willem Zuermont, priester, Dirk Deyss van Beesd, Arnt van Avezaath, Joffer Elsbeen Otten bastaard dochter van Bueren. | Charter op perkament 17 x 34 cm. 4 aanhangende zegels: Willem van der Moelen, 3 gaande en aanziende leeuwen, randschrift beschadigd, Johan Vosch van Avesaet, een halve leeuw met 2 vossen als schildhouders, Henrick van der Moelen, zegel als Willem van der Moelen, beschadigd, 4e zegel 3 bollen, randschrift beschadigt, naam van de zegelaar onduidelijk. | |
| 5 | (15)23 | Charter op perkament | ||
| 6 | 20.5.1524 | Wij Derick Vaex ind Peter Ruijss schepenen te Grave tugen dat vor den Richter ind voir ons als int gericht comen sijn Alijt Ruijss in Margriet Ruijss gesusteren ellick mijt sijnen gecoren momber die oen myt recht ind etc. | Schepenbrief van Grave, Charter op perkament, 1 zegel, wapen ongeschonden, randschrift afgesleten | |
| 7 | 28.7.1529 | Magescheid Jan van Wijngaerden Goedschalx z en zijn zuster Joffrou Cristina, n.a.v. het overlijden van hun vader. Oom is Willem Oem van Wijngaerden ridder. Ook zegelt oom Ijsbrant Oem van Wijngaerden en zwager Jan van Almonde. Tante is Joffrou Hillegont van Bosschuijsen, weduwe van Gielis van Oestende. Verder wordt genoemd Joost Quekel Heynrich zoen. NB Godschalk Oem van Wijngaarden, zoon van Jan Oem van Wijngaarden en Catharina van Egmond, was gehuwd met Margaretha Boschhuijsen | Charter op perkament, 4 zegels, 2 afgevallen, 1 zwaar beschadigd (Oem van Wijngaarden) en 1 licht beschadigd. | |
| 8 | 9.5.1541 | Wij Johan van Batenborch der Jongen ind Agnes Dericx dochter echte huijsfrau Johans vurss den selven Johan mijten echten man gecaern tot mijnen momber doijn condt allen luden ind bekenne avermitz desen apene brieff voir ons onsen erven dat wijmit onsen vrijen man wille wittelicken ynd waell in enen gueden vasten steden erffcoop vercocht overgegeven ind opgedragen hebben Johan van Batenborg den alden, Cornelis van Batenborgh den jongen, Arnt van Batenborgh, Ysem van Batenborch ind Wilhem Geritzoen twee mergen landtz gelegen tot ham inden kerspell van Zoelen, dair oestwairt naest gelegen is den welck wech, westwairt naest gelegen der kercken landt van Sunte Merten bijnen Tiell, zuijdtwairt den langen dyck Ind noirtwart den doirnacker Ind voirt mit eggen ind mit eynden ind mit allen sijnen rechten toebehoren soe als dit vurss landt dan gelegen ind bepailt is Ende bescreven dat wij vanden vurss twee mergen lands onterfft zijn Ind dat der vurss Johan, Cornelis, Arnt, Yssen, ind Wilhem Ind om weem? Dair ain mit recht geerfft geguet in gerechticht sijn ind blyven sullen ten ewigen daigen toe sonder ymantz wederseggen voirt soe gelaven wij echte lude vurss, den vurss Johan, Cornelis, Arnt, Yssem, Wilhem ind om erffen dese vurss twee mergen landen te wam ind te vrijen jair ind dach voir alle die genen der des ther rechten comen ind staen willen als in vrij eijgen erff dijese vrij tijns mit recht of sculdich sijn ter untijm buijten om cost hijnder ind scade, alsmen sulx sculdich is te warnen Inder ampt van Nederbetue gelegen sonder alle argelist In oirconde der wairheijt soe hebben wij echte lude, vurss elck onsen siegell ain dese apene brieff gehangen. Gegeven int jaer ons heren dusent vijffhondert ind een ind veertich den negenden dach der maent Meij. | Charter op perkament 26,5×8,0 cm, met 2 zegels, 1 zegel waarvan het randschrift deels is afgebroken een dwarsbalk met een ster? erboven, randschrift: JAN VAN B….; een zegel met een schuinbalk, heraldisch rechtsboven een element (ster?), randschrift: S ….Achterzijde met later handschrift: Opdraght van een gedeelte lands behoorende bij den (hause leenen?) | |
| 8 | 2.5.1597 | Otto van Rossum Swedersz verkoopt 4 morgen land in Kapel-Avezaath int Nuelandt, Oostwaarts aan Heer Lubbert Schilman, Zuidwaarts aan Gherit die Faes en Westwaarts aan de Heer van Wolffsweert. Als borg stelt hij 8 morgen land in de heerlijkheid Zoelen, westwaarts de kerk van Zandwijk, noordwaarts aan de erfgenamen van wijlen Jasper van Rossum. Gezegeld door Otto van Rossum en zijn 2 getuigen Fuert vanden Steenhuijs en Willem Holl. | Charter op perkament 60 cm breed, 19 cm hoog, 3 zegels. Het zegel van Otto van Rossum voor de helft afgebroken, randschrift: S*OTTO*VAN, restant van het zegel van Fuert vande Steenhuijs en het goed bewaarde zegel van Wilhelm Holl, randschrift: S*WILLEM*HOLL | |
| 9 | 3.6.1611 en 29.5.1677 | 2 aan elkaar gehechte koopbrieven van het huis ‘de Gouden Sleutel’ de oorkonde uit 1611 opgemaakt door … Maertz …. en Jan Jacobsz Stoop en de oorkonde uit 1677 opgemaakt door Johan van Egmont van der Nyenburch en Adriaan Baart schepenen in Alkmaar. 1677: Verschijnt Cornelis van Heijmenberch als last procuratie hebbende van Maria Rijp, dochter ende eenige erffgenaem van Jan Paulus Rijp zal, die een zoone was van Paulus Cornelisz Rijp etc. verkoopt het huis aan Warnaar Garbrant Smith etc met verwijzing naar de oorkonde van 3.6.1611. | Perkament met zegelstempel van 12 stuiver en een vrij compleet lakzegel, met randschrift: SIGILLU[M] ANTONY TILMANN .VI…, 2 zegels afgevallen. | |
| 10 | 13.6.1629 | Voor de schepenen van Utrecht, transport van het huijs op de runneboen van Anna van Varick wed van Joncker Gijsbregt van Hardenbroek 13 juni 1629 aan de Heer Raadtsheer Nijpoort. Notaris Antonis van Deuticum is machtigt door Anna van Varick, wed van Jr Gijsbrecht van Hardenbroek en haar onmondige zoon Jr. Gijsbrecht van Hardenbroek, verstrekt door Jr. Arnout van [Rede] heere tot Emmickhuijsen en Joffrouw Walburch van Hardenbroeck sijne huijsvrouwe des voorn Jr Gijsbrechts voordochter. Geschiedt voor Jr. Henrick Valckenaer, heere tot Duckenborch Portengen & schout, Johan van Weede, Johan Antoins Wtenwael, Johan Floriss vander Nijpoort, Cornelis van Poll, Philips Ram, mr. Godert van Daell, Peter van Lingen, Dirck van Volthuijsen, Gijsbert en Floris de Goijer, Schepenen t’Utrecht | Charter op perkament, zegel afgevallen; achterzijde: Transportbrieff vant huijs op de runneboen van Anna van Varick, wed van Joncker Gijsbregt van Hardenbroek 13 junii 1629 aan de Heer Raadtsheer Nijpoort. | |
| 11 | 1631-1644 | Processtukken: Mechteld van Gendt, huisvrouw van wijlen jonker Corsten Pieck. Erflaterse Johanna van Gendt, haar zuster, eiseres Mechteld van Gendt en de nicht van de erflaterse: Catharina van Gendt. Johanna van Gendt, geboren te Utrecht, wonende in Brabant, heeft in 1625 een testament laten opstellen in Antwerpen, Daarin benoemt zij niet haar zuster Mechteld van Gendt tot universeel erfgename, maar haar nicht Catharina van Gendt, de dochter van haar broer. Mechteld maakt bezwaar tegen de gang van zaken. Bij de erfenis behoort namelijk een leengoed, een zogenaamd ‘Thiend’, dat op de Veluwe in de provincie Gelderland gelegen is en dat Johanna van Gendt in 1590 was verleend door middel van een octroy, door Montzima, de proost van St. Jan te Utrecht. Mechteld van Gendt eist dit tiend op en bovengenoemde adviseurs (Jo. Kelffken, J. Glimmer en Gos, van Steenler) voeren daarbij de volgende redenen aan: Johanna van Gendt heeft tijdens haar leven geen gebruik gemaakt van het betreffende thiend. | 2 stukken op papier, 1e stuk folio 303-322, 2e stuk pagina 1-11. Mechteld van Gent, overleden/begraven 21.10.1644, d.v. Hendrik van Gent, heer van Gendt en Erlecom en Catharina Uiteneng. Gehuwd met Costen (Walravens) Pieck, heer van Wolfswaard van Muiswinckel, overleden 29.7.1634 en begraven 31.7.1634 te Utrecht, z.v. Walraven Walravens Pieck en Judith Berntse van Wees | |
| 12 | 26.8.1638 | Ik Johan van Keppel, scholtis tot Hattum, doe condt ende betuijgen dat voor mij en burghemrn Jacob Cruijner ende Gerrit Goossen als coornoten ghecompareert sijn Gerrit Beerts ende Jan Everts voor haer selfs ende mede voor haere respective huijsvrouwen, mitsgaders d’Erfghenaemen van zal: Hermen Wibbelt de rato caverende, ende verklaeren om eene welbetaelde summa van pennonghen, in eenen vasten ende staedighen erfcoop verkocht ende opghedraeghen te hebben, verkochten ende droeghen op cracht deses, aen Jan Herms seecker huijs ende hoff gheleghen in desen kerspel, suijtwart Lulof Cornelis, noordtwaert Johan Thobias Burghemr der stadt Swolle, Oostwaert die ghemeenthe, westwaert Coper: van welch huijs ende hof, als vrij van wille wtgaende renthen soe lasten voorn comprn in vorighe qualiteit deden cost ende opdracht ten erffelijcken behoeve ende Gesit van den voorn coper, in weghen dat hij daer aen gheerft ende ghegoedet ende transportanten daer van onterft ende ontgoedet sullen sijn ende blijven, sonder enich recht daer op te refeweren: Belovende oock mede onder haerer personen ende goederen verbandt desen erfcoop als rechten is, teghen eenen ijeder te sullen maintineren wachten ende waeren, die daer teghen ummermeer te rechte komen machte om in cas van .. te daer op allen hinder ende schaede te verhaelen: Ons ten waeren oicondt hebbe ick wghedachte scholtis desen brief met mijn wthanghende seghel becrachticht actum den 26 Augusti Anno 1636 | Oorkonde op perkament 23×16,5 cm, zegel afgevallen. Achterzijde: Huis en Hof overder Issell | |
| 13 | 2.6.1637 | Brief van Otto baron de Gent, Wesel den 2 Junij 1637 achterzijde Baron de Gent angesent Deutz un Beeck eheleuth. Missive von Joh.. Pallandt ahngesent die Jagtgerichtigkeit Wolgeborender insonderss welgeliebter her Vetter. Auss beijghender rechnung und obligation haben E.L. welcher gestalt Wilhelm Duijtsch und Maria van beeck eheleute 8br den 12 januarij sechs hundert dreij und zwantzigh mihr mit sieben hundert funfzehn gulden hollandischer wehrungh verh etc | Papier, omslag | |
| 14 | 2.8.1639 | Schepenbrief van de stad Utrecht Binnenzijde: Allen den genen die desen brieff sullen sien ofte hooren lesen doen wij verstaen Schout endeSchepenen der Stadt Utrecht, Dat voor ons quam int Gerechte Jacques Verbeeck den Jongen, Coopman alhier voor hem seluen ende als man ende voocht van Cathalijntgen Terwe daer hij jegenwoordich blickende geboorte bij heeft, ende bekende tsijnen laste genomen te hebben t Capitale van twee duijsent gulden ende renten vandien jegens den penningh twintich alredeverschenen ende noch te verlopen bij Srs Jacob Verbeeck den ouden ende Lodewijck Verbeeck des Comparants overledene Groot Vader ende Oom respectiue ten wijlen jve. Elisabeth van Sweden op genomen volgens obligatie van date den seuentienden Septemb xvjC.(1600) achtien stellende tot een speciael hijpotheecqe ende onderpant tot verseeckertheijt vande voorscreue hooftsomme ende renten sekere huijsinge ende erff met de twee Cameren ende stallinge daer toe specterende staende ende gelegen aende Suijt sijde vande Brigitten steech daer Oostwaerts Adriaen van Matenes ende Westwaerts Adriaen van Geersbergen naestgehuijst ende geerft sijn omme aende selue de voorschreue hooftsomme ende renten verhaelt te mogen worden, In all t welcke voorscreuen is hij Comparant t sijnen versoecke gecondemneert ende de voorscreue onderpanden verclaert siin verbonden ende executabel Sonder arch, Dit geschieden onder Jor. Henrick Valckenaer Heere van Valckenaer, Duckenborch, Lis, Giessen, de Wenert etc. Schout, Gijsbrecht vander Hoolck, Dirck van Velthuijsen, Johan vander Nijpoort, Aernt van Eck, Mr. Gillis vander Eggen, Anthonis de Goijer, Jor. Frederick Ruijsch, Aernt Foeijt, Andries van Wijck, Doctor Cornelis Booth, Cornelis van Duijenburch, Mr. Johan Pater, Mr. Johan Heurnius ende Cornelis Quint Schepenen t(e) Utrecht, Ende op dat dit vast ende stade blijve, Soo hebben wij Schout ende Schepenen voorgenoempt deser Stadts groten segel hier beneden uuthangende aen desen brieff gedaen, t(er) eenen Oirconde,Gegeuen int Jaer ons Heeren Duijsent ses hondert negen ende dartich den tweeden Augusti ten acht ueren voor noen. A Foeijt Achterzijde rechtsboven Viff gulden thien st Acht Stuijvers segel ses st voor t segelen Achterzijde linksboven 100 gul s’iaers op Jacob Verbeeck de Jonge Utrecht [?] September | Charter op perkament, zegel afgevallen. Akte uit 1639, zoals opgesteld en gesigneerd door schepen Aernt Foeyt, uit naam van de Schout en Schepenen; linksboven is het document voorzien van een droogzegel. Aernt Foeyt was achtereenvolgens: Lid, Vroedschap (1618-1795) Utrecht 1624-1643 Eerste kameraar, Vroedschap (1618-1795) Utrecht 1626-1628 burgemeester, Vroedschap (1618-1795) Utrecht 1629-1633 Schepen, Gerecht (1618-1795) Utrecht 1633-1640 Schepen, Gerecht (1618-1795) Utrecht 1641-1643 Inzake 1639 Hypotheek Verbeek den Jongen; de tekst in dit document: | |
| 15 | 4.12.1654 | Donatie van de helft van de hamse Caemer geleegen onder Zoelen en ten behoeve van Joncker Melchior de Cock van Oppijnen. Ick Haedwich van Bueren met Jor Everard de Cock van Opijnen mijnen in deser saecke gecoren Momber doe kond yn bekenne bij dese dat ick oirkond Gerichtsluijden hier naer beschreven etc. mijne neven Jonckheren Johan en Melchior de Cock van Opijnen gebroeders mijnen gerechts contingents partie in seeckers huijs en hofstadt met den landerijen apendentin en dependentien van dien gelegen in de heerlichheijt Soelen genaemt de Hamsche Camer soo en is dier vorgen als het selve mij van mijner Broeder Jor Corn. van Bueren zalr. Aengecoemen en aen bestorven is etc. | Omslag papier, ondertekend door Hadewich de Bueren, Gerardt de Cock van Oppijnen, Didderick van Brueckhuisen en J: Foijest. Het stuk is verwant aan stukken in het familiearchief de Cock van Opijnen bij het CBG. | |
| 16 | 24.11.1676 | Academisch diploma van de universiteit van Harderwijk, uitgereikt aan Adrianus van der Hoeve uit Ijsselstein voor literatuur en filosofie. Het document is ondertekend door Samuel a Diest, rector; Rutgerus Hermannider, secretaris; Corn: van Zijll, medicine Doctor en Theodorus Triglandii, professor. | Stuk op perkament, in latijn, zegel afgevallen Schenking aan het Stadsmuseum Harderwijk d.d. 9-12-2025 | |
| 17 | 16.11.1679 | Hettwich Agnes van Brederode onder benificie van haer tijt van deliberatie vrijvrouwe van Vianen, Ameijde etc. Erfburchgravinne van Uijtrecht etc. Doen te weten; Alsoo door het overlijden van Mr. Arnout van Dwingelo het griffiersampt van de Leenen van Vianen Ameijde en de Noordeloos is comen te vaaren soo ist dat wij op het goet rapport aen ons gedaen van de getrouwelijkheijt ende bequeaemheijt van Mr Adriaen van der Hoeve advocaet den selven hebben gestelt ende gecommitteert stellen en gecommitteert stellen en committeren bij desen tot Griffier van de Leenen van Vianen, Ameijde ende Noordeloos omme het selve ampt wel ende getrouwelijck waerte nemen ende behoorlijck te beeleden, op alsulcke gerechtigheden, eere, baeten prouffijten ende emolumenten als daer toe sijn staende, ende bij naedere instructie deselve emolumenten gereguleert sullen werden, ende mits den voornoemden Mr. Adriaen van der Hoeve doende alvorens in onse handen op dese commissie den behoorlijcken eedt lasten wij den stathouder van leenen van Vianen, Ameijde en Noordeloos mitsgaders allen anderen die desen sal mogen aengaen den voornoemden Mr Adriaen van der Hoeve daer voren te erkennen ende respecteeren. Gegeven in den Hage den 16e November 1679. [Handtekening:] Hetwich van Brederode. Ter Ordonnantie van haer genade L:VD Hoorn. Op huijden den 23e November 1679 heeft | Stuk op perkament 34×24 cm. Achterzijde: Op huijden den 23e November 1679 heeft Mr. Adriaen vander Hoeve als Griffier van de Leenen, op de Commissie aen d’ander zijde staende in handen van Haer genaede, gedaen den gewonelijcken die behoorlijcken Eedt in den Hage dato ut supra. In kennisse van mij secretaris L: V.D. Hoorn. | |
| 18 | 27.7.1681 | Hetwich Agnes Frouwlijn van Brederode, vrijvrouwe van Vianen, Ameijde etc. Erfburchgravinne van Utrecht, Vrouwe van Noordeloos, Cloetingen, Haften, Herwijnen, Hellou, Nievelt etc. Doen te weten, dat wij tot beter onderhout ende naerkominge van de Ordonnantien, bij ons op het stuck van de jaght in Onse Landen van Vianen ende Ameijde geëmanceert, ofte nogh te emanceren, ende dat de contravicteurs van dien sonder eenige connivertie mogen roerden gestraft hebben goet gevonden te stellen ende committeren, gelijck wij stellen ende committeren bij desen Mr. Adriaen vander Hoeven tot meesterknaep van de Landen van Vianen ende Ameijde, omme alle questiden ende geschillen, de welche tusschen onsen houtvester van de voors. Landen, ende eewige delinquanten, ther haeche van contradictien van de voorsr. Ordonnantien souden mogen komen te ontstaen, de plano, ende sonder forme van proces, simpelijck naer verhoor van partijen, ende lecture van de stucken ten wedersijden geproduceert, te helpen decideren soo hij in conscidutie, ende goede justitie sal bevinden te gehooren, Des blijft den voorn. Mr. Adriaen vander Hoeven gehouden op dese omse Commissie in ons handen te daer den behoorlijcken eedt, ende ’t selve gedaen sijnde, lasten wij een ieder die het aengaen magh hem voor Meester knaep van de Landen van Vianen ende Ameijde te erkennen, ende respecteren, ende dit alles bij provisie ende tot onsen kennelijcken wederseggens toe. Gedaen op den huijse Batesteijn bij Vianen den 28en. Julij 1681. [handtekening] Hetwich van Brederode. Ter ordonnantie van haer genade E. Gordon | Omslag papier met opgedrukt papieren zegel met het wapen van het huis van Brederode. Hedwig Agnes van Brederode, geboren 18.3.1643, overleden 27.11.1684, dochter van Johan Wolfert van Brederode en Louise Christina van Sloms Braunfels. | |
| 48 | Familie van Scherpenzeel Heusch. Bijgaande stukken zijn afkomstig uit een recentelijk (2024) geruimd notarieel archief in België. De stukken vertonen grote verwantschap met het archief Familie van Scherpenzeel Heusch, 1386-1896 (toegang 16.1109) bij het Historisch Centrum Limburg, te Maastricht. Enkele tientallen stukken worden nog beschreven. | |||
| A | Afferden | |||
| 48.1 | 15.5.1724 | Conditie en voorwaerde waer naer de hoogh Edel wel gebor heer Geeraerd Noorbaerd van Scherpenseel, heer van Mierlo en Dreumel etc wil d’pagts vierde halve merg: weijlant genaemt de mons kemp gelegen in de kerspel van Aefferden etc. Voor de periode van zes jaar. Met de handtekeningen van pachter Hermen Willems en zijn borgen Tonnis Aris en Jan Jansen Jochems | Omslag papier, met aantekeningen van de ontvangsten van de pachten. | |
| 48.2 | 12.1.1728 | Kwitantie voor de verponding van Afferden voor de heer Geeraerdt Noorbaerdt van Scherpeseel, heer van Mierlo en Dreumel over het jaar 1726 van 2 morgen en 4 ¼ hont | Papier, met handtekening van de ontvanger J.V. Mulickom | |
| 48.3 | 13.4.1729 | Kwitantie voor de verponding en dorpslasten van Afferden voor de heer Geraardt Noorbaart van Scherpeseel heer van Mierlo en Dreumel, 2 morgen en 4 ¼ hont de monskamp | Papier, met handtekening van de ontvanger J.V. Mulickom en Derck Jansen | |
| B | Heerlijkheid Dreumel 1687-1734 (voorlopige nummering) | |||
| 48.4 | 6.4.1687 | Kwitantie voor Gerhard van Scherpenzeel, heer van Dreumel | Papier | |
| 48.5 | 6.5.1695 | Kwitantie voor de heer van Dreumel wegens zijn vader zaliger voor de jaren 1691, 1692, 1693 en 1694 | Papier | |
| 48.6 | 1696 | Rekening voor de heer van Dreumel over het jaar 1696 | Papier, achterzijde Num: 23 | |
| 48.7 | 5.3.1697 | Kwitatie voor de heer van Scherpenzeel, heer van Dreumel, voor het maken van een kist | Papier | |
| 48.8 | 7.3.1697 | Verzoek van Gerardt Norbert van Scherpenzeel, heer tot Dreumel, inzake de erfenis van zijn vader. Met het akkoord op het verzoek | Papier, omslag | |
| 48.9 | 12.3.1697 | Kwitantie | ||
| 48.10 | 13.3.1697 | Verschillende overzichten met afrekeningen: conditie ende voorwaarden hier naer beschreven soo is van meijninge den hoogh welgeb Heer Geerard Norbart van Scherpenzeel, heer van Dreumel, vooght ende momber van sijne minder jarige broederen en suster te verkopen op den 13 mert 1697 peerden, beesten, vullens en voorts alderhande meubelen soo van huijs reats etc. Hierna een lange lijst met namen van mensen die iets hebben gekocht met het bedrag erbij. | Papier, 3 beschreven bladen, Testament van mijn vader saliger approbatie van den officier om erhuijs te moogen over verdeijlingh onder de vier kinderen van alle het overige geset. Autorisatie van den officier omtrent den onmundige bo.. de verdeijlingh van tsgereet en overhooren en sluijtte der Reekeningh van de Heer van Dreumel | |
| 48.11 | 14.3.1697 | Afrekening voor R Gossens | Papier | |
| 48.12 | 27.3.1697 | Kwitantie voor de heer van Dreumel voor het laten halen diverse produkten (brood, beschuit, zeep etc.) bij het huis van Maria Bosch | Papier | |
| 48.13 | 27.3.1697 | Kwitantie van Wouter Aeflen(?) voor Gerrit van Scherpenzeel, heer van Dreumel | Papier | |
| 48.14 | 27.3.1697 | Rekening voor Gerit van Scherpenzeel, heer tot Dreumel wegens de dorpssettinge van het jaar 1695 | Omslag papier | |
| 48.15 | 1.4.1697 | Kwitantie van Marie Bosch voor de dochter van de heer van Dreumel | Papier, met de handtekening van Maria Bosch | |
| 48.16 | 4.4.1697 | Rekening tussen Gerrit van Scherpenzeel, heer van Dreumel, en de scholtis over de jaren 1693-1697 | Papier | |
| 48.17 | 6.4.1697 | Inventarislijst aangeleverd door Gerhardt van Scherpenzeel, heer van Dreumel, als voogd en momber voor zijn minderjarige broers en zuster, van de gerede goederen van zijn vader zaliger Gerhardt van Scherpenzeel, heer tot Dreumel. Onderaan: mijn present Francisca Isabella Inge Niulandt | Omslag papier, de lijst is gericht aan Jacob van Randwijck, heer van Gameren en ambtman en richter van Maas en Waal en de stadhouder Johan van Balveren | |
| 48.18 | 8.4.1697 | Rekening voor Gerrit van Scherpenzeel, heer van Dreumel over betaalde lasten over de jaren 1686-1696, vermelding van diverse personen: Jan van Beusecom, Reijnier Janse | Omslag op papier, met de handtekening van Gerrit Aertss, scholtus. Achterzijde: Reeckeninge voor de scholtus Gerit Aertsen tegen den heer van Dreumel | |
| 48.19 | 18.4.1697 | Kwitantie van Willem Huijgen | Papier, met de handtekening van Willem Huijgen | |
| 48.20 | 22.4.1697 | Rekening van Anna van der Heijden voor de heer van Dreumel 1696-1697 | Papier, pampiere hoorende to den inventaris en Erfhuijs reeck | |
| 48.21 | 26.5.1697 | Kwitantie voor de door de heer van Dreumel betaalde verpondingen over de jaren 1688-1692. Betalingen door Christoffel Vanderlinge en Cornelis Aelberts | Omslag papier | |
| 48.22 | 14.6.1697 | Kwitantie voor de betaling aan Gerdt Tonisse wegens die 2 morgen uijterweerd onder Echtelt gelegen toebehorende aan de heer van Dreumel | Papier | |
| 48.23 | 4.10.1697 | Kwitantie van de heer van Dreumel voor Gerrit Tonisse wegen 2 morgen weerden te Echteld. | Papier, achterzijde: Num 22 | |
| 48.24 | 13.1.1698 | Kwitantie van griffier voor drie sententien van de erfgenamen van de Heer van Dreumel tegen de heer Ingenuland | Papier | |
| 48.25 | 15.11.1699 | Reeckening voor Aert Geeritss Scholtis tegen den hoogh welgeb heere van Dreumel over de jaren 1689-1697 | Papier | |
| 48.26 | 1709 | Reeckening voor Aert Geeritss Scholtis tegen den hoogh welgeb heere van Dreumel over de jaren 1689-1697 | Papier | |
| 48.27 | 1711 | Reeckeninck van ontfanck wegens der Nulandsche goederen over den jare 1711 | Papier | |
| 48.28 | 14.11.1719 | Kwitantie | Papier | |
| 48.29 | 10.2.1733 | Gerrardt Norbert van Scherpenzeel pandt de rechten, bij de ontvanger Petrus de Leuw, met de scholtus van het kerspel Alphen F.W. Versteegh op de goederen van Bernardus de Grundt, Jan Robben en Peter Dircx Mulder onder het kerspel Alphen | Omslag papier | |
| 48.30 | 4.8.1734 | Kwitantie door Antonis van Ijsseldijk voor G.N. van Scherpenzeel, heer tot Dreumel voor de verponding wegens Bungens broek onder Ewijk, groot 18 morgen en voor een bouwhof te Wijchen groot 35 morgen | Stuk op papier met handtekening van Antonis van Ijsseldijk | |
| C | Zoelen | |||
| 48.31 | 5.5.1661 (drie en t’sestich olden stijts) | Geurdt Janss Cock en Grietje van Wijck echtelieden zijn schuldig aan Melchior de Cock van Oppijnen 600 Caroli gulden en geven als onderpand: 3 morgen in de heerlijkheid van Zoelen in de Neder-Betuwe. 5.5.1671, Geurt Jans Cock en Grietje van Wijck lenen additioneel 200 gulden van Johan de Cock van Oppijnen. | Omslag papier, beide verklaringen zijn ondertekend door Guert Janss de Goch prietion van Wijk | |
| 48.32 | 28.8.1663 | Magescheid tussen Johan de Cock van Oppijnen, weduwnaar van wijlen Catarina van Bueren als vader en grootvader enerzijds en Johan de Cock van Oppijnen de jonge, Melchior de Cock van Oppijnen, Arndt van Poll als vader van zijn minderjarige zoon Cornelis van Poll bij wijlen zijn vrouw Jacoba de Cock van Oppijnen, Johan van Deelen kapitein en commandant op het fort Nassouw en Geertruijt van Bronckhorst dochter van vrouwe Aleijda de Cock van Oppijnen, echtelieden en Balthasar van Erp als gemachtigde van Johan de Cock van Oppijnen en van vrouwe Anna van Nivenheim soon en weduwe van wijlen Arndt de Cock van Oppijnen de jonge anderszijds. De goederen zijn gelegen te Tiel, Kapel Avezaath, Zennewijnen, Zandwijk en Wamel. | Papier, 4 bladen met de handtekeningen van Johan de Cock van Oppijnen, Melchior de Cock van Oppijnen, Balt: van Erp, Johan de Cock van Oppijnen de jonge, Arnt vanden Poll, Johan van Delen en Gertruijdt van Bronckhorst genaemt Delen. Een 2 exemplaar bij het CBG, Familiearchief de Cock van Opijnen Fa 00399. | |
| 48.33 | 5.3.1690 | Scholtus Bernhard Cock en Magdalena van Berniger, weduwe en boedelhoudster van heer Johan de Cock van Oppijnen, laatst getrouwd met heer Jacob van Dorth, inzake 3 morgen weiland in de heerlijheid Zoelen, met vewijzing naar de obligatie van 5.5.1663 | Omslag papier: Cap 800 gl op Guert Jans de Cock No 26 | |
| D | Mierlo | |||
| 48.34 | 24.11.1709 | Publicatie van de merckt dag van Mierlo | Omslag papier | |
| E | Heerlijkheid Geldrop | |||
| 48.35 | 23.7.1810 | Reekening en bewijs van ontvang en uijtgaaven, die doende zijn de Erfgename van Wijle Den Heer J:G: de Voocht over de Admienistratie van den molen gelegen in de Heerlijkheid van Geldorp met de goederen en renten in den Meijereij van S’Bos gelegen en competeren aan de Hoogwelgeboren Freulen B:J: Baronesse de Heusch van de Zangereije, over het jaar 1800 en zeven en in zoo verne als in voorn: Admienistratie door wijlen den Heer J:G: de Voocht is ontvangen en uijtgegeven stellenden na den uijtgegeven stellende eerst den ontvang en daar na de uijtgaaven, alles in Hollands geld. De goederen liggen in Veghel en Oirschot | Papier, 2 bladen. Met een kwitantie voor de heer JG de Voocht | |
| 48.36 | 14.8.1810 | Rekening van Johan van der Maesen over de administratie van den molen in de heerlijkheid Geldrop, gelegen zijnde een water koorn, boekwijt, olie en vermolen, met de goederen, en renten gelegen in de meijerije van s: bosch, en competerende aan Hoog wel gebore freul B:J: baronesse de Heusch van de Zangerije etc etc, over de jaaren 1808 en 1809, stellende eerts den onfan, en daar na de uitgave, alle in hollands guld. | Papier, 3 bladen, achterzijde: de rekenin van Mijn heer van der Maesen 1810 ontfangen | |
| F | Zangerije | |||
| 48.37 | 1.10.1782 | Conditien en voorwaerden op de welke de Hoog Wel geboore Baronesse van Scherpenzeel vrije vrouwe van Mierlo, Hout en Broeck, vrouwe van Zangrije, Gellick en Eijgenbilsen, Dreumel en Westeram etc etc verpagt mits en bij deezen aen den zeer eerzamen Johan Martinus Stes ende Elisabeth Kreijns Eghte luijden haer HW Winninge van Zangrije bestaende in de volgende perseelen. | Papier, 3 bladen, achterzijde: Conditie van den pachten van Zangerije; geteekent op het Casteel van Zangrije, De Br: van Scherpenzeel Douairiere De Heusch van Zangrije, Joannes Martinus Stes, Eliesabet Kruijns | |
| G | Persoonlijk | |||
| 48.38 | 16.1.1788 | Franstalige brief met zegel van Helfrich te Wetzlar aan madame la Baronne Douairiere de Heusch Nee Baronne de Scherpenzeel a Zangrie | ||
| 48.39 | 20.11.1760 en 3.10.1761 | Testamenten van Anne Marie Mechtildis van Baussele Douariere van Arnoldus Franciscus de Heusch, heer van Zangerije, met diverse bijlagen. |